Bron:Drents Historisch Vereniging

De Rosing's te Exloo zijn mogelijk verwant aan de Valther Rosing’s.

De Rosing’s te Exloo zijn mogelijk verwant aan de Valther Rosing’s, maar het verwantschap is niet aangetoond. Alhoewel de Exloër en Valther tak Rosing relatief dicht bij elkaar woonden, zijn er geen huwelijken tussen deze beide takken gevonden.


B.I Harm ROSING, geboren circa 1600.

Harm Rosing wordt in de grondschatting van het kerspel Odoorn van 1654 vermeld met een huis van 10 vak wijt en 28 voet, turfschuur en het meiers huis op Dillinge 11 vak wijt 25 voet, en het meiers huis op het Oostinge 8 vak wijt 25 voet.

Mogelijk is hij een zoon van de Jan Dillinge, die als meier van Harmen Dillinge vermeld wordt in 1642. Deze Jan zou dan door huwelijk of aankoop in het bezit van het Dillinge erf gekomen kunnen zijn.

Zoon:

1. Jan ROSING, geboren circa 1635 (zie II).


B.II Jan ROSING, geboren circa 1635, overleden circa 1706. Hij was schatbeurder en ette voor het Zuidenveld van 1692 tot 1706. Gehuwd voor 1683 met Jantien DILLING. Op St. Maarten 1685 lenen Leffert Willems tot Coevorden en zijn vrouw Luichjen van Jan Rosing anders Dillinge en Jantien Dillinge zijn vrouw een bedrag van honderd gulden. In 1710 lenen Leffert Willems uit Borger en Roeloffien zijn vrouw 72 gulden van Harm Rosinge tot Exloo en Wijllemtijn, zijn vrouw. Ook in 1717 leent Leffert Willems geld, ditmaal 40 gulden. Johan Rosinge, anders Dillinge wordt aangeslagen als keuter in de haardstedenregisters van Exloo in 1672 en 1691 voor 1 gulden. In 1692 wordt hij aangeslagen voor twee gulden. In 1693/4 staat hij vermeld als keuter, zijnde ette, en wordt hij ook voor twee gulden aangeslagen.

Uit dit huwelijk:

1. Harm ROSING, geboren circa 1680 (zie III).

2. Wemeltien ROSING, geboren circa 1680, gehuwd circa 1710 met Hindrik WEGGEMANS, van Den Hool, zoon van Jan WEGGEMANS en Marchien OLDENSCHAANGE. Het is niet zeker dat Wemeltien Rosing een dochter is van Jan Rosing en Jantien Dilling.
Uit dit huwelijk:

Jantien WEGGEMANS, begraven 15-3-1744 Sleen. Gehuwd met Lammert TEN HOOL

Marchien WEGGEMANS, ged. 28-10-1712 Sleen, overleden 1-9-1751 Zwinderen. Gehuwd op 2-10-1740 te Oosterhesselen met Jan Roelofs NIJENHUIS, zoon van Roelof NIJENHUIS en Aaltien WEGGEMANS. Zie ook de mombers genoemd bij A.IVa.

B.III Harm ROSING, geboren circa 1680, begraven op 10-5-1745 te Odoorn.

Gehuwd circa 1709 met Willemtje TEN RODENGATE, geboren circa 1686, overleden op 6-7-1742 te Odoorn. Begraven op 10-7-1742 te Odoorn, dochter van Jan Hamming TEN RODENGATE en waarschijnlijk Jantien OLDENBANNING. Jan Hamming Ten Rodengate is een zoon van Roelof Ten Rodengate en Lutgertien Hamming, en stamt uit de Ten Rodengates of Roenges te Sleen. Lutgertien Hamming is een dochter van Jan Hamming uit de Veenhof en Johanna Eling. De naam (Jan) Hamming bleef ‘kleven’ aan zowel de Ten Rodengates, waarvan een deel zich Hamming Ten Rodengate ging noemen (of zelfs alleen Hamming) en ook in de Exloër Rosingtak werd de toevoeging Hamming overgenomen tot aan 1856 toe (Zie IVa.5.3). Op 13-12-1763 klagen 17 nabestaanden van Jan Ten Rodengate, waaronder Jan Hammink Rosinge, Jan Rosinge van Exloo, Roelof Rosinge te Sleen en de gezworene J. Bosma te Kropswolde ex ux. Jantijn Rosinge, genoemd als kinderen van wijlen Willemtijn ten Rodengate en Harmen Rosing te Exloo en kleinkinderen van Jan Hamming ten Rodengate over een erfdeel dat wijlen Harmanna Nijsingh ontvangen had uit de erfenis van wijlen haar moeder Lutgertien ten Rodengate en haar tante Jantien ten Rodengate. De klagers, in de zesde graad verwant aan Harmanna Nijsing beweerden dat het erfdeel eerst terug had moeten gaan naar de respectievelijke grootvaders, Jan ten Rodengate, Jan Hamming ten Rodengate, Roelof ten Rodengate en Willem ten Rodengate, en daarna verdeeld. De etstoel gaf de klagers gelijk. Op 18 april 1734 is Harm Rosing samen met G.C. Ellents Landsdagcomparant als volmacht van Odoorn. In het haardstedenregister van Exloo staat Harm voor 4 gulden in 1742, en de meier Jan Dillinge ook voor vol. Harm Rosing was landdagscomparant in 1732, 1735, 1736 en 1737. De overlijdens/begrafenis data van Harm Rosing en Willemtje Ten Rodengate zijn ontleend aan de bijlagen van de huwelijksakte van kleinzoon Roelof Rosing (Vc).

Uit dit huwelijk:

1. Wemeltien ROSING, geboren circa 1710, overleden voor 1763.
Gehuwd met Willem ZEGERING, overleden 16-3-1775 te Exloo, zoon van Jan ZEGERING en Eempje.
Uit dit huwelijk:

Eempien ZEGERING, geb. circa 1730 Exloo, gehuwd op 25-10-1754 te Zuidlaren met Roelof TAMMING, ette voor het Oostermoer 1753-1770, ette voor het Zuidenveld 1770-1786.

Jan ZEGERING, geb. 1732 te Exloo, overleden 16-6-1797 Exloo

Harmannus ZEGERING, geb. 23-3-1746 Exloo, overleden 11-4-1813 Exloo, gehuwd op 8-11-1786 te Odoorn met Roelofien ZEGERING

2. Jan ROSING, geboren circa 1713 te Exloo, overleden 19-1-1785 te Exloo.

Op 4 juli 1782 schonk hij een deel van zijn goederen aan zijn neef Harmannus Rosinge. Op 4 juli 1786 klaagden Roelof Rosinge, Jan Hammink Rosinge te Exloo, Jantien Rosing te Kropswolde, Jan Zegeringe en Hermannus Zegering te Exloo, samen voor 4/5 gerechtigd in de nalatenschap van Jan Rosing, overleden in het voorjaar van 1785 te Exloo, Harmannus Rosing aan wegens een eerdere schenking van Jan Rosing. Harmannus Rosing was een neef van Jan Rosing. Jan en Harmannus Zegering waren zonen van Willem Zegering en Wemeltien Rosing.

3. Jantien ROSING, geboren circa 1715, overleden 21-5-1805 Kropswolde .

Gehuwd op 21-8-1746 te Kropswolde met Jacob BOSCHMA, gesworene, gedoopt op 10-4-1712 te Kropswolde, overleden op 18-1-1779 te Kropswolde, zoon van Roelof CLAESSENS en Marchien HINDRIKS.

Uit dit huwelijk:

Roelof BOSCHMA, ged. 6-8-1747 Kropswolde

Willemtien BOSCHMA, ged. 30-3-1750 Kropwolde

Jan BOSCHMA, ged. 24-2-1752 Kropswolde

Harm Rosing BOSCHMA, ged. 29-8-1754 Kropswolde

Jan Hammink ROSING, geboren circa 1716 te Exloo (zie IVa).

Roelof ROSING, geboren circa 1717 te Exloo (zie IVb).

Willem ROSING, geboren circa 1720 te Exloo (zie IVc).


B.IVa Jan Hammink ROSING, geboren circa 1716 te Exloo, overleden op 19-11-1790 te Exloo.

Gehuwd (1) circa 1737 met Hebeltien SERINGE, geboren circa 1710 te Exloo, overleden 13-12-1772 te Exloo, dochter van Hendrik SERINGE en Zwaantien MANTINGE.

Gehuwd (2) 5-6-1775 te Odoorn met Henrica MANTING, geboren circa 1744 te Westdorp, overleden op 29-1-1810 te Exloo, dochter van Hindrik MANTING en Annechien MANTING.

Hij staat in 1742 in de haarstedenregisters van Exloo vermeld als Hammink Zeringen, en in 1754/1764 als Jan Hammink Rosinge, in 1774/1784 als Hammink Rosing, altijd als volle boer. In 1804 wordt zijn weduwe vermeld.

Hebeltien Seringe maakt op 8 januari 1766 haar testament op. Voor de schulte Jan Rudolf Bottichius, noemt zij als haar erfgenamen haar drie kinderen, Jan Rosing, Willemtien Rosing wed. van de executeur D.W. Pleijster en Swaantien Rosing. Als Willemtien Rosing komt te overlijden zal haar zoon Johan Coenraad Pleijster erven, samen met eventuele kinderen uit een tweede huwelijk.

Op 20-3-1812 worden de goederen van Hinderika Manting verdeeld onder de erfgenamen, Jan Hamming Rosing, Hindrik Manting, Jan Eggens en Jan Rosing Nijenhuis. Waarom Jan Rosing Nijenhuis hier genoemd wordt is ons niet duidelijk geworden. Mogelijk was hij gehuwd met een onbekende dochter van Jan Hamminck. Jan Rosing Nijenhuis tr. op 27-8-1814 te Zuidlaren met Janna Egberts Sissing, (zie A.Va.5), maar in de huwelijksakten wordt hij niet als weduwnaar genoemd.

Uit het eerste huwelijk:

1. Jan ROSING, geboren circa 1738 te Exloo, overleden op 24-10-1806 te Exloo.

2. Willemtien ROSING, geboren circa 1740 te Exloo, overleden na 1807 te Amsterdam.

Ondertrouw op 22-5-1760 te Zuidlaren met Diderik PLEISTER. Uit dit huwelijk één zoon, Johan Coenraad Pleister, gedoopt 7-6-1761 Zuidlaren, die op 5-1-1790 te Borger gehuwd is met Elisabeth Nijsing.

Op 15 januari 1804 verkocht Egbert Cremer van Exloo, als volmacht van de weduwe Pleister uit Holland, een half boerenerf te Odoorn voor 3000 gulden aan Berent Heijes te Gasselternijveen. Deze verkocht een half huis, hof schuur, halve kerkzitting en graven etc. voor 373 gulden aan de weduwe Rosing te Exloo.

3. Zwaantje ROSING, geboren circa 1742 te Exloo, overleden 13-10-1771 te Exloo.

Gehuwd circa 1770 met Jan ZEGERING, overleden 16-6-1797, zoon van Willem ZEGERING en Wemeltien ROSING (zie B.III.5)

Uit het tweede huwelijk:

4. Hebbelina ROSING, geboren te Exloo, gedoopt op 16-6-1776 te Borger, overleden op 21-7-1855 te Exloo. Gehuwd circa 1800 te Odoorn met Jan EGGENS, geboren te Eexterveen, gedoopt op 18-9-1774 te Anloo (getuige Margje Jansen van Eexterveen), overleden op 4-3-1851 te Exloo, zoon van Egge JANSEN en Hendrikkien JANSEN.

5. Hendrik Manting ROSING, geboren op 9-2-1778 te Exloo, overleden op 3-3-1848 te Exloo.

6. Harm ROSING, geboren op 1-8-1780 te Exloo, overleden voor 20-3-1812.

7. Zwaantien ROSING, geboren circa 1783 te Exloo, overleden op 21-6-1851 te Exloo. Op 17-3-1843 maakt Zwaantje Rosing haar testament op. Haar broer Jan Hamming Rosing is de enige erfgenaam.

8. Jan Hamminck ROSING, geboren te Exloo (zie Va).

B.IVb Roelof ROSING, geboren circa 1717 te Exloo overleden 12-9-1786 Zuidsleen. Gehuwd juni 1744 te Sleen met Hendrikje WEGGEMANS, geboren circa 1725 te Sleen, overleden op 22-12-1799 te Erm, dochter van Jan WEGGEMANS en Lutgertien TEN RODENGATE.

Uit dit huwelijk geboren te Erm:

1. Harmannus ROSING, gedoopt op 1-4-1745 te Sleen, overleden op 26-11-1815 te Noordsleen. Gehuwd op 13-11-1803 te Sleen met Annechien KIERS, geboren op 25-2-1764 te Oosterhesselen, overleden op 21-1-1840 te Zweeloo, dochter van Lucas KIERS en Willemtje HIDDING. Harmannus was lidmaat te Erm op 14-3-1769. Ze hadden geen kinderen.

2. Lutgertien ROSING, gedoopt op 20-8-1747 te Sleen, overleden op 15-3-1832 te Erm. Gehuwd op 17-6-1790 te Sleen met Jan WOLDERING, gedoopt op 7-7-1743 te Sleen, overleden op 18-6-1803 te Noordsleen. Zoon van Willem JANSEN en Jantien LAMMERS.Lutgertien Rosing maakt op 24-1-1812 haar testament op als weduwe van Jan Woldering. Aan haar broer Harmannus Rosing en zijn vrouw Annegien Kiers het vruchtgebruik van haar aandeel in haar huis te Zuidsleen tot aan de dood van de langstlevende. Daarna zou haar bezit verdeeld worden over haar naaste bloedverwanten, niet met name genoemd. Uit dit huwelijk geen kinderen. Lutgertien werd lidmaat op 7-2-1770.

3. Jan ROSING, gedoopt op 16-7-1752 te Sleen, overleden op 8-11-1837 te Erm. Lidmaat op 7-2-1776. Gehuwd november 1782 te Odoorn met Geessien KREMERS van Odoorn . Hij overleed bij de weduwe van Jans Rosing te Erm.

4. Jans ROSING, gedoopt op 30-12-1754 te Sleen. (Zie Vb).

5. Roelof ROSING, gedoopt op 21-6-1758 te Sleen, overleden op 28-4-1841 te Erm. (Zie Vc).

B.IVc Willem ROSING, geboren circa 1720 te Exloo, overleden voor 1760 te Exloo. Gehuwd circa 1749 te Odoorn met Jantien SERINGE, overleden 28-11-1770. Dochter van Jan SERINGE en Rijkijn. Willem Rosing is in het haardstedenregister te Exloo van 1754 aangeslagen voor 3 gulden. In 1764 wordt de weduwe Willem Rosing aangeslagen voor een vol erf. Hij was landdagcomparant voor Odoorn in 1741.

Uit dit huwelijk:

Willemtien ROSING, geboren te Exloo, overleden op 5-7-1810 te Exloo. Gehuwd op 1-11-1772 te Hoogezand met Albertus COPINGA, geboren op 2-9-1744 te Groningen, overleden op 6-9-1833 te Exloo, zoon van Jan Hendriks COPINGA en Catharina COST

Harmannus ROSING, geboren circa 1752 te Exloo (zie Vd).

Hindrik ROSING, geboren Exloo, overleden voor 10-12-1766. De weduwe Rosing van Exloo gaf op 10-12-1766 de 30e penning aan van 3000,-, zijnde de nalatenschap van haar zoon Hindrik, gedevolveert op haar twee overige kinderen. Alhoewel de overige kinderen niet met name genoemd worden, komt er geen andere weduwe Rosing in aanmerking.

B.Va Jan Hamminck ROSING, geboren te Exloo, gedoopt op 30-9-1787 te Odoorn, overleden op 10-6-1853 te Exloo.Gehuwd op 4-6-1813 te Odoorn met Marchien SCHUTTRUPS, geboren op 29-6-1788 te Odoorn, overleden op 11-6-1847 te Exloo, dochter van Hindrik SCHUTTRUPS en Jantien MARISSEN.
Uit dit huwelijk:

Hinderika ROSING, geboren op 25-5-1814 te Exloo, overleden op 4-12-1875 te Exloo.Gehuwd op 28-7-1852 te Odoorn met Lucas SNOEIJING, koopman, geboren op 12-2-1815 te Exloo, overleden op 25-4-1894 te Westenesch, zoon van Hendrik SNOEIJING en Jacoba ZWIERS.

Jantien ROSING, geboren op 14-10-1816 te Exloo, overleden op 29-8-1852 te Exloo.Op 3-8-1852 maakt Jantien Rosing haar testament op. In haar testament benoemd zij als haar erfgenamen haar broers Jan Rosing, Albert Rosing en Hindrik Rosing, allen wonende te Exloo. Jantien was doofstom.

Jan ROSING, geboren op 26-11-1819 te Exloo, overleden op 26-9-1874 te Exloo.

Janna ROSING, geboren op 19-5-1822 te Exloo, overleden op 27-10-1823 te Exloo.

Hindrik ROSING, geboren op 21-11-1824 te Exloo, overleden op 27-2-1895 te Exloo. Gehuwd op 23-12-1852 te Odoorn met Lammechien WILTING, geboren op 23-9-1827 te Exloo, overleden op 18-11-1902 te Exloo, dochter van Thijs WILTING en Jantien BEBING.

Uit dit huwelijk (geboren Exloo/overleden):

Marchien ROSING(15-9-1853/01-7-1933). Ook Marchien Rosing was doofstom, evenals haar tante Jantien Rosing.

                                                                                      

                                                                                           Marchien Rosing

Thijs ROSING (1-11-1854/4-5-1862)

Jan Hammink ROSING (19-11-1856/23-4-1886)

Jan ROSING (26-12-1858/02-12-1905)

                                                                                      

                                                                                                      Jan Rosing

Jantien ROSING(14-12-1861/20-12-1863)

Johanna ROSING (13-9-1863/27-5-1945)

                                                                                          

                                                                                                 Johanna Rosing

Thijs ROSING (19-12-1865/27-3-1902).

6. Albert ROSING, geboren op 25-7-1827 te Exloo, overleden op 25-11-1914 te Exloo.

B.Vb Jans ROSING, gedoopt op 30-12-1754 te Erm, overleden op 19-2-1827 te Erm. Gehuwd op 10-5-1789 te Sleen met Grietien WESSELS, gedoopt op 6-7-1768 te Erm, overleden op 29-5-1850 te Erm, dochter van Carst WESSELS en Hendrickien KRUSEN.
Uit dit huwelijk:
1. Carst ROSING, geboren op 21-3- 1791 te Erm (zie Va).
2. Roelof ROSING, geboren op 28-5- 1797 te Erm, overleden op 22- l- 1862 te Erm.

B.Vc Roelof ROSING, gedoopt op 21-6-1758 te Erm, overleden op 28-4-1841 te Erm.Gehuwd op 20-6-1832 te Sleen met Henderkien WOLTERS, geboren op 27-7-1800 te Gees, overleden op 12-12-1871 te Erm, dochter van Wolter JANSEN en Fennechien HENDRIKS. Roelof deed geloofsbelijdenis op 23-6-1787 te Sleen. Later was hij kerkvoogd.

Uit dit huwelijk:

1. Roelof ROSING, geboren op 30-3-1833 te Sleen, overleden op 14-4-1833 te Sleen.

B.Vd Harmannus ROSING, diaken Odoorn 1779-1784, geboren circa 1752 te Exloo, overleden op 12-5-1793 te Exloo, begraven op 21-5-1793 te Valthe. Gehuwd 21-11-1784 te Odoorn met Aaltien ZEGERING, geboren op 30-8-1755 te Exloo, overleden op 3-3-1833 te Exloo, dochter van Jan ZEGERING en Geesje SIKKINGE. De haardstedenregisters vermelden hem in 1774 als keuter, in 1784 als halve boer. In 1794 is de weduwe Harmannus Rosing vermeld als half. In de lijst van de gewapende burgermacht van 1797 wordt de weduwe Aaltien Rosing genoemd, zijnde 42 jaar oud, met 3 kinderen. Op het zelfde erf woont Willem Hoving, boerenknecht.

Uit dit huwelijk:

Willem ROSING, geboren te Exloo (zie VIb).

Jantien ROSING, gedoopt op 11-11-1792 te Exloo, overleden op 25-1-1847 te Exloo.Gehuwd op 18-12-1821 te Odoorn met Harm HUIZING, geboren op 19-10-1780 te Exloo, overleden op 28-1-1864 te Exloo, zoon van Willem HUISING en Hinderkien BOELKEN.

Jan ROSING, geboren op 5-12-1793 te Exloo, overleden op 23-7-1854 te Exloo.
Jan Rosing had schijnbaar niet veel zin om in 1812 bij het leger te gaan. In twee akten voor notaris Berend Slingenberg regelde hij op 9-1-1812 een ruil van trekkingsnummers met Roelof Maats, zoon van Roelofien Roelofs. Deze regeling hield in dat als Jan Rosing een lager nummer trok dan Roelof Maats (en dus een grotere kans had om opgeroepen te worden voor de militaire dienst), dat zij dan zouden ruilen. Roelofs kreeg voor deze ruil 150 gulden. Indien hij echter ten gevolge van deze ruil in dienst moest, zou hij duizend gulden krijgen.
Om te voorkomen dat hij zelfs na deze ruil toch nog in dienst moest, ging hij een tweede overeenkomst aan op 14-1-1812. In deze overeenkomst regelde hij dat Luitien Jans Hooiveld, zoon van Jan Luities en Wobbegien Roelofs, voor hem in dienst zou gaan indien Jan Rosing opgeroepen zou worden. Mocht het getrokken lotingsnummer van Jan zo hoog zijn dat Luitien niet in dienst hoefde zou Luitien 800 gulden krijgen, mocht Luitien wel in dienst moeten, zou hij 3500 gulden krijgen.
Op 11-2-1812 blijkt dat Jan Rosing inderdaad een lager nummer trok dan Roelof Maats. Jan had nummer 10, en Roelof had nummer 87. Overeenkomstig de eerder genoemde akte ruilen zij van trekkingsnummer.

B.VIa Carst ROSING, landbouwer te Erm, geboren op 21-3-1791 te Erm, overleden op 26-5-1843 te Erm.

Gehuwd op 22-11-1822 te Sleen met Lammechien KAMPING, geboren 21-5-1799 Borger, overleden 14-5-1866 Erm, dochter van Harm KAMPING en Jantien Egberts LUICHIES.
Uit dit huwelijk:

1. Hendrika Lutgerdina ROSING, geboren op 21-9-1823 te Erm, overleden op 22-10-1890 te Sleen. Gehuwd (1) op 28-4-1849 te Sleen met Hendrik WEGGEMANS, geboren op 23-6-1815 te Sleen, overleden op 25-10-1855 te Sleen, zoon van Willem WEGGEMANS en Roelofje HOUWING. Gehuwd (2) op 7-5-1858 te Sleen met Johannes HONNING, landbouwer te Den Hool, geboren op 19-1-1817 te Sleen, overleden op 19-2-1888 te Sleen, zoon van Hendrik HONNING en Marrigje WEGGEMANS.

2. Herman ROSING, geboren op 18-1-1826 te Erm, overleden op 8-6-1900 te Sleen. Gehuwd op 3-5-1862 te Sleen met Alida EVENHUIS, geboren op 17-4-1839 te Sleen, overleden op 28-8-1906 te Sleen, dochter van Albert EVENHUIS en Aaltien TINGEN.
Kinderen:

Kars ROSING ,geb 30-4-1863 , overl 15-5-1936

                                                                                                               

                                                                                                                      Karst Rosing

Albert ROSING ,geb 09-1-1865, overleden 20-1-1865

Albert ROSING, geboren 24-1-1866, overl 29-11-1937

Lambertus ROSING, geb17-2-1869 overl 17-3-1943

Willem ROSING , geb 17-11-1871 overl 28-3-1959

Roelof ROSING ( , geb 8-10-1874 overl 11-10-1956

3. Grietien ROSING, geboren op 29-12-1829 te Erm, overleden op 19-4-1891 te Sleen. Gehuwd (1) op 21-5-1855 te Sleen met Hinderikus KAMPS, onderwijzer, geboren op 16-7-1804 te Sleen, overleden op 15-4-1856 te Sleen, zoon van Lambert Geerts KAMPS en Harmina GERRITS. Gehuwd (2) op 10-6-1864 te Sleen met Johannes BROOKMAN, smid, zoon van Lambert BROOKMAN en Jantien LEFFERS.

4. Jantien ROSING, geboren op 25-5-1833 te Erm, overleden op 13-2-1902 te Westenesch. Gehuwd op 5-6-1861 te Emmen met Jan STRATING, landbouwer, geboren op 8-12-1832 te Westenesch, overleden op 16-8-1902 te Westenesch, zoon van Luchien STRATING en Hendrika SEUBERS.

B.VIb Willem ROSING, landbouwer Exloo, geboren te Exloo op 2-5-1786, gedoopt op 10-5-1786 te Odoorn, overleden op 30-1-1858 te Exloo. In 1804 vermeld in het haardstedenregister vermeld als halve boer.

Gehuwd (1) op 1-12-1827 te Odoorn met Willemina KAMPING, gedoopt op 22-1-1804 te Sleen, overleden op 11-1-1831 te Exloo, dochter van Willem KAMPING en Anna WOLDERING.

Gehuwd (2) op 29-3-1832 te Odoorn met Lutgertien MENSINGH, geboren op 8-6-1797 te Zweeloo, gedoopt 11-6-1797 Zweeloo, overleden op 12-11-1855 te Exloo, dochter van Geert MENSINGH en Annechien SCHAANGE.

Uit het eerste huwelijk:

Harmans ROSING, geboren op 25-9-1828 te Exloo, overleden op 21-10-1889 te Exloo. Gehuwd op 26-10-1871 te Westerbork met Jantien OTTENS, geboren op 28-5-1841 te Westerbork, overleden op 7-5-1875 te Exloo, dochter van Roelof OTTENS en Lammigje THIJN.
kind: Willemina Rolina ROSING (geboren 4-8-1873/ overleden 24-11-1888).

Willem ROSING, geboren op 13-11-1830 te Exloo, overleden op 5-7-1865 te Exloo.

Uit het tweede huwelijk:

3. Adolph ROSING, landbouwer Exloo, geboren op 11-12-1832 te Exloo, overleden op 3-12-1888 te Exloo. Gehuwd op 12-9-1867 te Odoorn met Henderika PRINS, geboren op 14-9-1844 te Gasselte, overleden op 21-1-1924 te Exloo, dochter van Frederik Hendrik PRINS en Wubbina Roelina ABBING.

Niet te plaatsen Rosings te Exloo en Valthe

Geessien ROSING, geboren circa 1650, gehuwd met Roelof ZEGERING van Exloo. Genoemd
in diverse geldleningen in de schultearchieven.
Marchjen ROSING, geboren circa 1660 Valthe, gehuwd 4-5- 1684 te Gasselte met Jan HILBING
HAMMING, geboren 1656 te Gasselte, zoon van Pieter HAMMING en Marryen HILBING.
Willemtien ROSING, genoemd op het erf Betinge in de grondschatting van 1654.
Noten
1. Archief Klooster Ter Apel, 3 l-8- 1466, Inv. no. 1 fol. 32.
2. Archief Klooster Ter Apel, 22-9-1484, 59.
3. Archief Klooster Ter Apel, Inv. no. 9.
4. Archief Klooster Ter Apel, 1107-1499, Inv. no. 1 fol. 33~0.
5. Indices op de persoons en plaatsnamen in de ordelen van de etstoel door Mr. P. Brood, pg 18.
6. Indices op de persoons en plaatsnamen in de ordelen van de etstoel door Mr. P. Brood, pg 385
7. Oldenschaange te Benneveld, A. Smegen en P.J.C. Elema, Ons Waardeel 1992, pg. 141.
7a.RAD, Schultenarchief 72 tot 80.
8. NDVA 1917, pg 83 e.v.
9. GAG 111 x 40, fol. 167, 7-11-1658.
10. Etstoel dl. 9, fol. 36.
ll. GAG 111 x deel 46, fol. 3OOv, 19.12- 1664.
12. GAG BI x deel 48, fol. 182, dd 10-4-1667.
13. Sinds de Reductie in Stad en Lande van Groningen, W. Duinkerken, ISBN 90-5294-033-9.
14. GAG BI x 52, fol. 154v.
15. GAG 111 y. dd. 13-6-1674.
16. Archief Rosing.
17. Schultegerechten 72-1-1, dd. 7-12-1706.
18. Etstoel dl. 45, fol. 78 ro.
19. Etstoel dl. 45, fol. 141.
20. Schultearchief Emmen, deel 74, deel 1, fol. 21~0.
21. Archief Mensinge, inv. no. 1509.
22. Etstoel dl. 43, fol. 146 vo.
23. Schultegerechten 72, dl. 2.
24. Etstoel dl. 61, fol. 96 ro.
25. Register 30e penning.

26. Schultearchief Emmen, deel 74, deel 1, fol. 21~0.
27. Schutergerechten 72-2 dd 2 1-5-1734.
28. Schultegerechten Gasselte, inv. 3 12p,g 130.
29. Boelken op Roswinkel, E.G. Schrage, Ons Waardeel 1986, pg. 93; Ons Waardeel 1988, pg. 1.
30. Wachtum 1600-1800, S.G. Hovenkamp, ISBN 90-76005-01-X.
31. Etstoel dlp. g. 145.
32. Wachtum 1600-1800, S.G. Hovenkamp, ISBN 90-76005-01 -X.
33. Etstoel dl. 43, fol. 114.
34. Etatoel dl. 43, fol. 19 1 vo.
35. Etstoel dl. 44, fol 145.
36. Schultegerechten 72-2 fiche 6.
37. OSA 1383.
38. Etstoel dl. 58, fol 11 ro.
39. Register 30e penning 1782 no 2.
40. Etstoel dl 9, dossier 141.
41. Etstoel dl. 57, fol. 206.
42. Etstoel deel 62, fol 98.
43. OSA 1383.
44. Etstoel dl 9, dossier 111 (doopdatum).
45. Etatoel dl 9, dossier 1 ll.
46. Schultegerechten 306 dl 2.
47. Etstoel dl. 54, fol. 218.
48. Aantekenboekje Harmannus Zegering, Archief Zegering ten Rodengate Marissen.
49. De familie Zegering te Exloo en Valthe, J.W. van Hoorn ea, Drents Genealogisch Jaarboek 1997.
50. Etstoel dl. 64, fol. 133.
51, Aantekenboekje Harmannus Zegering, Archief Zegering ten Rodengate Marissen.
52. Aantekenboekje Harmannus Zegering, Archief Zegering ten Rodengate Marissen.
53. Schultegerechten 72, dl 2. nr 239.
54. RAD toegang 0 114.21-2 akte 76.
55. De Nijsinghs van Borger, A. Smegen, Ons Waardeel.
56. Aantekenboekje Harmannus Zegering, Archief Zegering ten Rodengate Marissen.
57. RAD toegang 0114-32-1 inv. no. 4.
58. Aantekenboekje Harmannus Zegering, Archief Zegering ten Rodengate Marissen.
59. RAD toegang 0114.21-2 acte 17.
60. Aantekenboekje Harmannus Zegering, Archief Zegering ten Rodengate Marissen.
61. Aantekenboekje Harmannus Zegering, Archief Zegering ten Rodengate Marisaen.
62. Aantekenboekje Harmannus Zegering, Archief Zegering ten Rodengate Marissen.
63. OSA 1785, dd. 10-12-1766, (pg 1559).
64. RAD toegang 0 I 14.32-X acte 29.
65. Aantekenboekje Harmannus Zegering, Archief Zegering ten Rodengate Marissen.
66. OSA 1383.
67. RAD toegang 0 114.2 1-2 acte 1.
68. RAD toegang 0 114.2 1-2 acte 6.
69. RAD toegang 0 114.2 1-2 acte 27.
70. GAG 111 x 6, fol. 383~.
71, GAG 111 x 7, fol. 145.
72. GAG 111 x 8, fol. 166~.
73. GAG 111 x 8, fol. 5 13.
74. GAG 111 x deel 82, fol. 290~.
75. GAG 111 x 45, fol. 1.
76. GAG 111 x 49, fol 330~.
77. GAG BI x 31, fol 44.